Ibuprofen is een NSAID (niet-steroïdaal, anti-inflammatoir middel). Deze benaming wordt gebruikt voor een groep medicijnen met een pijnstillende, ontstekingsremmende werking. Aspirine en ibuprofen zijn voorbeelden van NSAIDs. NSAIDs remmen de productie van prostaglandines.
Voor het verlichten van pijn en koorts bij griep en verkoudheid en het verminderen van ontstekingen.
Paracetamol is een pijnstiller.
Het is goed tegen tandpijn, hoofdpijn en gegeneraliseerde pijn (pijnklachten in een groot deel van uw lichaam).
Paracetamol heeft geen ontstekingsremmende eigenschappen heeft.
Aspirine (oftewel "acetylsalicylzuur") werd voor het eerst gevonden in wilgenblad en was het eerste moderne geneesmiddel dat op grote schaal werd gebruikt. Aspirine zorgt ervoor dat cellen geen prostaglandines (pijntransmitters) produceren.
Voor het verlichten van pijn en koorts, bij griep en verkoudheid, en het verminderen van ontstekingen.